Adres: Lange Beeldekensstraat 9
2060 Antwerpen
Noord
open: ma-za 10-19u
Toon op kaart

Surinaamse winkel ‘Rohan’s enterprises’

Halfbloedje, mulatje, halfzwartje… Hoe denigrerend de mens ‘blessed with two cultures’ ook wordt genoemd, wij weten dat dit puur uit jaloezie is. Halfbloedjes zijn ten eerste retegeil (dit heb ik niet zelf verzonnen, maar dit bleek uit een test van een gerenommeerd mannenblad), over het algemeen zeer intelligent (hoop ik toch) en ze hebben een grote kans op succes (ik ben gek op positieve discriminatie). Niet onlogisch, want halfbloedjes zijn de mensen die overal en nergens bij horen en dus op een creatieve manier hun eigen pad uitstippelen (criminaliteit komt veel voor bij ons in de familie).

Helaas heeft het ook zijn nadelen. Vroeger mocht ik nooit Emma van de Spice Girls zijn, maar moest telkens weer de tijgerlegging van Mel B aan. Een antwoord heb ik nog steeds niet op de vraag: ‘word je liever neger, zwarte, kleurling of donker persoon genoemd?’. Ik eet liever geen roti (sorry oma). Mijn blanke wereldvriendin vindt het ‘belachelijk’ dat ik nog nooit in Suriname ben geweest en rond Sinterklaastijd moet ik altijd een mening hebben omtrent ‘zwarte pieten’.

Pff. Oké. Nouja. Af en toe komt er een vlaag van ‘ik schijn half-Surinaams te zijn, laat ik er maar wat mee gaan doen’ voorbij. En wat een geluk, er is één Surinaamse winkel in Antwerpen waar ik mijn donkere kant naar boven kan laten komen: Rohan’s Enterprises! De winkel is gekleurd met exotische producten en mannen met blingbling in de mond en om de nek die ab-so-luut niet op de foto willen. In de hoek wordt er een bakje bloedworst naar binnen gewerkt en in de koeling staat het Parbobier koud.

Het is een gaan en komen van jewelste, want bij Rohan is het altijd gezellig. ‘In Suriname is een winkel een ontmoetingsplek.’ De zoveelste ploft neer in een plastieken stoel. ‘Maar ik zie ze liever gaan dan komen,’ grapt hij. Aan de muur hangt een briefje met ‘verse kwak te koop’ (whatever that may be) en een briefje waarop staat dat je bij Rohan pakketjes naar Suriname kan opsturen. De vraag wat er zoal in de pakketjes zit, wordt keurig vermeden en de zakelijke ‘ik ben één van de goedkoopste’ Rohan laat meteen de prijzen zien.

De vorige keer dat we hier kwamen vroegen we om een broodje, maar de kok was er niet. Waar hij was, wist Rohan (die zelf elke dag uit Nederland moet komen) niet. Wanneer hij terug zou zijn, kon hij ook niet weten. ‘“Manana manana” is bij ons “tamara”,’ legt hij uit. Gelukkig is dit keer de kok aanwezig (of nuja aanwezig is een groot woord), maar zijn er geen broodjes! We voelen aan dat we er niet verder op door moeten gaan.

We gaan nog wel even de diepte in door te vragen over president Bouterse, maar ik ben blijkbaar ‘veel te Hollands ingelicht’ en als advies krijgen we mee dat we het verleden moeten laten rusten. Omdat ik er toch ook bij wil horen, zeg ik snel dat ik half-Surinaams ben. Met zijn hand op zijn hart zegt Rohan dat ik dan een halve zuster van iedereen in de winkel ben, maar helaas blijft mijn witte vriend naast me een bakra. We kijken hem aan terwijl hij van de zoete Fernandesdrank sipt, ik zie aan zijn gezicht dat hij het vies vindt. Tsja, je kan niet alles hebben, ik heb er in ieder geval vijftien nieuwe vrienden bij. Rohan, mo syi!