
Liever niets
Mijn naam is Vincent Van Meenen, ik ben 23 jaar en ik woon en studeer sinds vijf jaar in Antwerpen. Ik behoor tot de elite: ik drink Ginger spice in de Cafénation en koop mijn kleren tweedehands. ’s Nachts feest ik in DE Studio of drink ik in de café’s rond het Mechelse Plein waar ik woon. Ruzie ken ik vooral van dronken mensen en van een wandelaar in het centrum die kwaad is omdat mijn fiets zijn voetpad verspert.
Dat die wandelaar me de huid vol scheldt beschouw ik als normaal. Antwerpen is een grote stad en hoe meer mensen met elkaar in contact komen, hoe eenduidiger en duidelijker hun signalen. Ik beeld me in dat hij gefrustreerd is, dat hij in ’t Pallieterke een artikel over drugsjongeren leest, dat hij bang is voor zijn veiligheid. Ik kijk hem hooghartig aan. “U hoeft niet te vloeken,” zeg ik. Ik heb blauwe ogen, ik ben een echte Vlaamse jongen. Dat is voor hem een teleurstelling, of beeld ik me dat in?
Mijn grootvader was ‘een zwarte’. Na de bevrijding heeft hij twee dagen in de leeuwenkooi gezeten omdat hij bij de ‘verkeerde’ jeugdbeweging was. Hij praat daar niet graag over. Hij woont in Berchem en heeft een abonnement op ’t Pallieterke. Op zaterdag komt hij naar de markt op het Theaterplein en drinken we iets in café Robinson: hij een bolleke, ik een thee. Hij noemt het een ‘echt’ café, volks. Normaal zou ik er niet komen, maar voor mijn grootvader maak ik een uitzondering en we klinken op de toekomst. Opa en ik hebben dezelfde handen: klein, met dikke vingers. We praten niet over politiek, maar op ons tafeltje ligt De gazet van Antwerpen. De krant kopt met de verhoogde inschrijvingsgelden voor vreemdelingen en mijn opa werpt er een blik op. “Dat werd tijd”, zegt hij.
De wandelaar vond ik een vervelende fascist, maar mijn opa is een lieve mens.
Vorig jaar maakte ik reportages over allochtone armoede in Antwerpen. Ik bezocht er de Nederlandse taallessen van buurtcentrum De Wijk in Antwerpen Noord. TaalOor is een initiatief van Samenlevingsopbouw, waarbij Nederlandstalige vrijwilligers elke dinsdagavond anderstaligen in groepjes gratis Nederlands leren. Ik vroeg aan de deelnemers hoe en of ze rondkwamen. In gebrekkig Nederlands wisten de meesten me uit te leggen hoe lang ze hier waren en wat ze verdienden, of hoeveel uitkering ze kregen. Sommigen hadden veel gewerkt in hun leven, anderen nog bijna niet. Er waren vrouwen bij die niet wisten hoe hun man de huur betaalde, maar ook mensen die nog wachtten op een uitkering. De meesten hadden geen baan. Eén iemand verbleef illegaal in ons land. Hij had mijn leeftijd en we droegen hetzelfde vuur in de ogen. Hij zei dat hij weinig kon doen, dat hij geen rechten had, maar zijn Nederlands was het beste van allemaal.
Mijn vrienden wonen bijna allemaal in Antwerpen. De meesten staan op de rand van het volwassen leven, hebben hun studies beëindigd en komen nu op de arbeidsmarkt. Het zijn allemaal hoogopgeleiden, maar ze zijn niet erg gelukkig. Sommigen nemen antidepressiva, anderen drinken gewoon veel, nog anderen storten zich vol overgave op meerdere jobs. “De keukenvloer van het volwassen leven is hard en koud”, zeggen ze. Toen ze nog studeerden waren dit blije mensen. Sommige van hen willen nog steeds de wereld veranderen. Anderen zijn gedesillusioneerd omdat ze te veel kranten lezen. Nog anderen zijn alleen kwaad en gaan dansen. Eén iemand vindt het allemaal vergeefs en wil gewoon dat de mensen haar graag zien.
Ik woon in een kotgebouw met een grote gemeenschappelijke keuken. We behoren allemaal tot een artistieke blanke studerende elite die gemakkelijk rondkomt. We hebben ouders die betalen: ouders die in banken werken of als dokter in een eigen praktijk.
In de keuken praten we over Paul van Ostayen, over het deficit van de democratie, over de man die zichzelf in brand steekt in Frankrijk, over het moreel failliet van het ACW, over belangenvermenging en over de Occupy-beweging. Iemand heeft vriendinnen die op elke Occupy-volksvergadering door de politie met geweld uit elkaar worden gedreven. Iemand die ze kent heeft door gevechten met de politie zijn heup gebroken. Iemand anders vindt dat hoofddoeken veel kleurrijker zijn dan de grijze kleren van de autochtone bevolking. Nog iemand anders heeft het over een Armeniër die als ze vragen waar hij vandaan komt alleen maar zegt dat zijn vrouw een Poolse is, omdat dat beter klinkt: ”Want Polen zijn goede werkers.”
De eenduidigste stemmen klinken het hardst door, ook aan de keukentafel, ook op café. Er is weinig tijd om kwesties grondig te onderzoeken en naar nuance wordt niet geluisterd. In een drijfzand van informatie is het verraderlijk om positie in te nemen, hoe graag we dat ook zouden willen, hoe graag we ook zouden vechten voor de goede zaak. Zo wordt verantwoordelijkheid een woord dat lijkt uitgevonden om anderen iets te verwijten. We zijn jong en we willen het beste voor iedereen, voor A, voor ons. Maar we vermijden het debat. En natuurlijk willen we dat er iets verandert, en natuurlijk gaan we vanavond dansen. Maar vraag ons alstublieft niet om een mening, en vraag ons alstublieft geen geld. Vraag ons alstublieft liever niets.
Vincent Van Meenen

Pledooi voor sekstoerisme in eigen land
Deze week is de film Paradise love in de zalen te zien: een film over ‘Sugar Mama’s’ die de sekstoerist uithangen in Kenia. Ons advies: laat die Kenianen en Thaise jongetjes voor wat ze zijn. De Vlaamse man mag dan misschien niet zo aanlokkelijk zijn met zijn bleke lijf en laag machogehalte, maar vergis je niet: ook hij is al exotisch genoeg! Je hoeft echt niet ver te zoeken om een speciaal geval op te scharrelen en wees gerust: al spreekt hij je taal, begrijpen zal hij je nooit.
Daarom voeren wij dus een pleidooi voor sekstoerisme in eigen land: snel, goedkoop (je moet geen overnachting betalen) en je maakt tenminste geen misbruik van hulpeloze mensen (of toch niet écht…). Als je wil, kan je er zelfs winst uit slaan en blijven ontbijten – wat we evenwel afraden. Neem dus maar snel de trein en geniet van de vrijheid van anonimiteit in een vreemde stad. Maar naar welke stad moet je nu voor welke soort man?
Van Limburgers kunnen we enkel vertellen wat we er via via over hebben gehoord, aangezien we zelf nog nooit een reden hebben gehad om naar Limburg af te reizen. Volgens onze bronnen zijn Limburgers heel eenvoudige mensen, verwacht dus niet dat je op één nacht de Kamasutra gaat uitlezen. Maar er is ons ook positief nieuws over de Limburgse man ter ore gekomen: hij zou heel gezond en potent zijn, daar hij zich bijna uitsluitend voedert met appels. Voor je vertrekt willen we wel nog meegeven dat je best zelf condooms meeneemt, want we kunnen niet met zekerheid zeggen of de Limburger reeds vertrouwd is met het concept voorbehoedmiddelen.
Wie houdt van risico’s moet voor Oost-Vlaanderen gaan. Gent en Aalst liggen zowel geografisch als qua mentaliteit te ver uiteen om hier een lijn in te kunnen trekken. De Oost-Vlaming is als een kat in een zak: ofwel zit je met een geestige Gentenaar, ofwel zit je met iemand die je ongegeneerd op de meest zichtbare plaats langs achter neemt en dat het liefst nog laat filmen. Je moet er voor zijn…
Over West-Vlamingen kunnen we kort maar krachtig zijn. DON’T. Hoewel in het voordeel van de West-Vlaamse man speelt dat je hem even weinig verstaat als een Thaise analfabeet, toch willen we echt niet op ons geweten hebben dat iemand naar daar zou gaan. Het zou immers een ramp zijn als zo’n wilde nacht in de polders toch zou uitmonden in een huwelijk en je daar effectief moet blijven wonen.
Wie kwaliteit wil, moet zeker niet naar Leuven afzakken. Niet alleen bots je daar enkel op bierbuiken, maar de kans is ook groot dat je van een kale reis thuiskomt. Er is immers nog zoveel sociale controle in dit dorp, dat de Leuvenaar weigerachtig kan staan tegenover het idee om zomaar met een sekstoerist in de koffer te duiken. Bovendien is het enige wat de Leuvenaar ‘s nachts recht krijgt zijn rechterarm om bier binnen te gieten.
Dan rest ons nog onze eigen Antwerpse kerel. Een tikkeltje arrogant, maar dat merk je niet in het donker en als puntje bij paaltje komt moet je het geen twee keer vragen. Ruimdenkendheid zit dan ook in de Antwerpse genen ingebakken. Het is zeker geen toeval dat de anale driehoek zich in deze provincie bevindt. Bovendien zijn er vanuit etymologisch standpunt aanwijzingen dat de Antwerpenaar zijn toeristen met veel zorg onder handen neemt: vergeet niet dat ‘Antwerpen’ komt van het weinig aan de fantasie overlatende ‘handwerpen’. Voor ieder wat wils dus in België, maar doe ons toch maar sekstoerisme in eigen stad!
(Als je met je Antwerpse seksslaaf naar de film Paradise Love wil: hij is dagelijks te zien in Cartoon’s.)

Te bont.
“Maak het niet te bont,” kreeg Maxima nog wel als advies in 2009 toen bekend werd dat ze de Dom Bontje award had gewonnen. Maar de prinses luisterde niet, want stel je voor wat haar internationale prinsessenvriendinnen zouden zeggen als ze vertelde wat die ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’-Hollanders haar nu weer verweten (“eerst mijn padre en nu dit, het is niet eerlijk!”).
Maar wie niet luisteren wil, moet op de blaren zitten. De Hollanders waren meedogenloos en gaven de Argentijnse dit jaar alwéér de beruchte award omdat ze o.a. een paar overleden wasberen om zich heen had hangen. Haar beroemde uitspraak over prins Willem-Alexander “hij is een beetje dom”, kreeg ze tien keer zo hard terug. Ze zal voortaan achter haar schouder moeten kijken of er niet één of andere verwilderde dierenactivist met rode spuitbus haar op de hielen zit…
Een grote ‘OMG Maxima draagt bont’ heisa dus, terwijl bont bijna niet meer weg te denken is uit ons straatbeeld. Mede dankzij de populaire bontkraag die gedragen wordt door boefjes die op deze manier onherkenbaar blijven op bewakingscamera’s. Maar de bontjas an sich is nog een ander verhaal. Als je in Amsterdam met een echte bontjas loopt, dan moet je oppassen, maar in Antwerpen is het dragen van een bontjas sociaal geaccepteerd. Vooral veel madammen lopen nog met een bontje uit kolonietijd (ai pijnlijk, laten we er maar niet op in gaan), maar ook creatieve studenten trekken steeds vaker een vachtje aan.
Voordat we boze mails krijgen dat ‘bont dragen zo niet cool is’, wij wijzen alleen op het feit dat er op de zaterdag-zondag markt op het Theaterplein in Antwerpen, veel bontjassen te koop zijn (en niet hypocriet doen als je wel leren schoenen draagt of foie gras eet met het kerstdiner). Maar niet alleen daar, ook in de tweedehands winkels of op de Sjacherbeurs heb je een grote kans dat je aan wijlen meneer Vos zijn vachtje kan voelen. Blaas in het bont om te kijken of er inderdaad wat diertjes zijn gesneuveld om jou warm te houden. Stel je voor dat je met een nep dood diertje over straat gaat, dan sta je pas voor aap!
Dus doe een rondje Antwerpen om je guilty treasure te scoren of om je rode spuitbus uit te proberen. Eén troost: het bont dat op het Theaterplein verkocht wordt, is ‘oud’ bont (hoe dubbelop dat ook klinkt). In de dure winkels in de Nationalestraat/ Schutterhofstraat vind je daarentegen de heavy stuff. Die zijn echt te bont.
Luister naar Urbanus’ mening:
Door: Emma Lesuis

Kutkerst
Het is weer zover. De dag van Jingle Bells en Deck The Halls. Iedereen vrolijk, lekker warm binnen bij het haardvuur. Er wordt een gevoel van totale sociale cohesie gevormd, iedereen ziet elkaar graag en we delen de mooiste momenten bij een heerlijk diner. Een of andere uitzinnige nicht beschreef het me in geuren en kleuren en vermeldde erbij hoe hard hij altijd uitkijkt naar deze periode. Nadat ik hem eerst tien minuten had aangestaard, begon ik zo hard met mijn ogen te draaien dat ik er misselijk van werd. Kutkerst.
Nu kan je Freudiaans gaan zeuren over welke frustraties er aan de oorsprong van mijn afkeer liggen (van ‘ongelukkige jeugd’ over ‘sociale handicap’ tot ‘het onvermogen tot liefhebben’), ik zal ten alle tijden formeel ontkennen. Ik vind het gewoon niet leuk.
Trouwens, wat is er dan zo leuk aan? Dat moet je mij eens vertellen. Het gezellig samenzijn? Dat loopt toch fout af. Ofwel begin je je steendood te vervelen omdat één of andere tante zich te pletter zaagt over haar kunstverzameling, ofwel wordt de plezante nonkel (ja, want wie ken ‘m niet – de flauwe grapjasnonkel) dronken en agressief en haalt één of ander familieschandaal uit de doofpot. Gezellig.
Voor het lekkere eten moet je ’t ook niet doen. Want je eet sowieso te veel (waren we niet al te dik? Nee, we gaan wel hypocriet vermageren na de feestdagen) en uit beleefdheid moet je ook nog eens alles opeten wat er op tafel komt. Bovendien ben je verplicht netjes te eten, want vaak ben je te gast bij je schoonfamilie en primeert de schone schijn des te meer. Daarenboven: de soep is te zuur of de vis is bedorven, omdat men al dagen van te voren aan het feestelijk maal bezig is (waar zitten we nu met onze empathie tegenover kindjes uit Afrika? Daar zitten we dan met onze maandelijkse, pragmatische overschrijving van €0,10 aan Oxfam en onze jaarlijkse kerstdiarree!).
Uiteindelijk zijn we een salmonellabacterie en buikgriepje rijker en kunnen we de dokter van wacht bellen en betalen we ons blauw aan zijn wachttarief. Als we al kunnen betalen, want in onze verwoede poging om te doen alsof het leven een groot, gezellig feest is, zijn we de economische crisis vergeten en moeten we vaststellen dat we op zwart zaad zitten omdat we ons te populair wouden maken door te veel geschenken te kopen.
Het ergste van al is: je kan nergens heen om deze vervelende sferen te ontvluchten. Stel: het wordt ongezellig aan tafel, je bent wat moe of je bent het simpelweg kotsbeu: je kan niet naar buiten vluchten, want daar word je om de oren geslagen met valse, bewegende Kerstmannen, flikkerlichten, roodgloeiende rendieren, kling-klokjes-klingeling en ander lelijke (laat ons eerlijk zijn: mooi is dat nooit!) versieringen. Zelfs in de kelder kan je niet schuilen, want daar staat het dessert klaar omdat de koelkast vol zit.
Maar, weet je, doe allemaal maar mee. Eet tot je dik en doodziek bent, koop cadeaus tot je geen cent meer hebt, verdring de beelden van al die arme Afrikakindjes en ga vooral allemaal kerstshoppen in Londen. Londen! Dan heb ik er tenminste geen last van!
Door: Neal Leemput

Ik zag ze vliegen
In de aanloop naar 2013, wanneer Antwerpen tot Europese sporthoofdstad wordt gebombardeerd, vond afgelopen weekend -na onder meer London, Stockholm en Tokyo- hier in Antwerpen het Wereldkampioenschap Big-Air Snowboarden plaats. De Waagnatie werd omgebouwd tot een waar snowboarddorp, dat gratis toegankelijk was, met winkeltjes, drank- en eetgelegenheden en zelfs gratis toegankelijke pistes. Op de hoogste na…
…die bestemd was voor ‘s werelds beste boarders. Zij werden beoordeeld op hun – niet O MY GOD, maar O MY MOTHER FUCKING GOD – duizelingwekkende trics. Ze deden me achterover vallen, maar dat is verwaarloosbaar wanneer je voor je neus internationale top-boarders soms op hun bek, nek en nog van dat, ziet gaan.
Als de Schelde nog een meter dichter bij de schans was geweest, ik lag er in, net als de mensen om en rond me heen had ik slechts oog voor zij die hoge toppen schoren op dat sadistische ding dat voor me uittorende… de SCHANS!!! Om U tegen te zeggen en in vet te benadrukken. Met zijn 39 meter hoog, zijn 123 meter lang en 45 procent de hoogste outdoor sneeuwschans ooit! Zelfs God-haters slaan bij het aanschouwen kruistekens.
Seppe Smit, onze 21-jarige Antwerpse snowboard-wereldtopper, werd betrokken bij het ontwerp ervan, waarbij zijn zwaar suïcidale kant boven kwam. In plaats van wat meters weg te gommen nam hij een alcoholstift en tekende er wat bij. Dat heb je als je nu eindelijk je trics kan laten zien in je thuisland na al twee keer vicewereldkampioen BIG AIR FIS te zijn geweest, één keer wereldkampioen BIG AIR TTR én wereldkampioen in de discipline slopestyle (waarvoor hij één van de medaillekandidaten is voor de Olympische Winterspelen van 2014 in het Russische Sochi).
Dan ga je jezelf overschatten of juist niet?
Seppe deed het hart sneller kloppen en de stevige beats hielden de spanning erin, misschien moet Seppe voor een derde keer de Antwerpse sportpersoonlijkheid worden? Want ja! Oh, ja! Hij valt niet, hij viel niet te overtreffen! En zo won hij weer de wereldbeker. De Oostenrijker op de tweede plaats en de Zwitser op de derde plaats keerden terug huiswaarts naar hun bergdorp waar ze nog wat kunnen oefenen. En Seppe kreeg van ons een bolleke en wij hopelijk een witte kerst.
Eind goed al goed.
Door: Daphné Verhelst

Homo Top 100
Gisteren was het zover. Het Feest der Faggots. De Homoseksuele Hoogdag. De Nationale Anders-Geaarde-Jongens-en-Meisjesfeestdag. De Homo Top 100!
Deze happening was aan zijn negende editie toe en heeft al een vette reputatie opgebouwd in Gay Wonderland. Naast slecht afgeprinte naaktfoto’s van Zac Efron of Beth Ditto hebben vele holebietjes waarschijnlijk een aftelkalender naar dit event boven hun bedje hangen. For sure. Holebivereniging Enig Verschil sloeg opnieuw de handen in elkaar met de heteroseksuele (jaja, zal wel) Breakfast Club om dit vuurwerk te laten knallen. En dat deed het, de sterretjes vlogen in het rond!
Mopjes over bacardi-colanichtjes of hairy hunky bears zijn niet echt aan de orde, want dit is het enige feestje dat ik ken dat er quasi in slaagt om een totaal verscheiden en positief (ogenschijnlijk niet rechtstreeks op seks belust) publiek aan te trekken, met hier en daar zelfs hetero’s! Dat vinden we dan wel weer geil.

Om kwart voor twaalf: opschudding in de club. Bart De Wever komt binnen. Hij komt ‘de ploat oepzetten’. Gewaagde keuze van de organisaties. Reacties zijn gemengd. De een vindt hem een homofoob fascist, de ander is blij zijn of haar rode bolletje in hoogst eigen persoon te zien. Ik blijf wat dit betreft even onafhankelijk, maar ik vind wél dat die grap met die onbeleefd gestopte plaat nu wel lang genoeg heeft geduurd. In ieder geval: tien minuten later was iedereen de politieke realiteiten al lang vergeten en werd er alweer vrolijk verder gedanst. La la la…
De top tien is één en al clichés. En don’t we looove cliché’s?! Overdreven dansende homo’s bij Loreen’s ‘Euphoria’ of ’Diva’ van Dana International (mijn favoriet, hier bevestig ik graag een cliché) en geëmotioneerde lesbo’s bij ‘Porselein’ van Yasmine. Alles ongenuanceerd stereotiep, maar oh zo leuk! Op nummer één staat THE enige echte queen of queers, La Gaga natuurlijk, met Born This Way. Kwestie van het kind nog eens bij de naam te noemen.
Pluimen op de hoed en in de kont van de organisatoren dus.
Door: Neal Leemput

M’as-tu vu
Hier schrijft een achtentwintigjarige urban chick. Die recht voor de raap is, single en zin heeft in een flirt! Een brave flirt want de bronstige tijger in me ligt te pitten. Nog even de spiegel erop naslaan, checken of ik een beetje van ‘best te pruimen ben’ en dan ben ik klaar voor de hotspot: het Zuid.
Mijn stalen ros kreunt onder de koers naar de Leopold de Waelplaats. De wind zucht en ik hijg. Dat belooft. Aangekomen aan het soho van de upper west side parkeer ik mijn fiets en sluit hem alsof het de chocoladebruine Bentley is die daar met open dak staat te pronken en me welhaast het ‘weer een auto minder’-plakplaatje van mijn fiets doet rukken.
Op de hoogste trap van het Museum van Schone Kunsten neem ik als een staande jachthond het panorama in me op. In voetbaltenue fietst acteur Matthias Schoenaerts voorbij, maar ik ben hier niet om BV’s te spotten maar lekker wildbraad… zoals bijvoorbeeld de goedgeschapen wasbeer, de rosse stekelstaart, de woelrat. Dus op naar de supermarkt waar met zekerheid lekker vlees voor het rapen is. Loslopend, goed verpakt of beide…
Ik kom aan bij de ‘je van het’ jetset Delhaize, ‘de Hippodroom’ geheten. Bij de ingang kan je er al voor een centje op een paardje wippen! Volgens een urban legend, door Studio Brussel de wereld ingestuurd, kunnen singles hier op vrijdagavond de ware van ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ of de ware one night stand vinden.
Je geeft je verlangens te kennen door stokbrood en wijn op een, voor mij ongekende, manier in je kar te rangschikken. Gezien ze mij aan de infobalie weigeren de precieze codetaal prijs te geven ga ik voor een mandje. Dit daar onvoorzien gesandwicht worden omdat, ik zeg maar, mijn stokbrood is gekraakt, not my cup of tea is. Een mandje dan maar, handig voor de vlotte mobiliteit en ik hoef geen briefjes in muntstukken te wisselen of zit er een knappe man aan de kassa? Geen man aan de kassa maar daarentegen wel snoeperij aan de selderbak. In zijn kar zie ik een pak luiers, ongelukjes kunnen gebeuren maar ik voel me niet klaar voor iemand met incontinentie. POKERFACE, niet met mond open staren, niet door je mandje vallen.
Aan de drank-rayon een kudde mannen. Het type waarmee je een leuke avond op café kunt beleven of in een marginaal gevecht terecht kan komen. Wat anders belooft een donkere zonnebril binnen in een supermarkt? En is het omdat het bijna sluitingstijd is, en van je nu of nooit, dat ik steeds meer blikken zie lonken? Een jonge vrouw en man nummers zie uitwisselen? Een bejaard koppeltje al een kwartier boven de paté zie hangen? Jawel het is vrijdagavond en je wil wat!

Richting uitgang is daar die ene waar ik zo een stokbrood voor kraken zou! Hij bestudeert de chips en ik hem, naast het gezelschap van een onschuldig boodschappenmandje is hij: alleen! Tijd dus om als een spion dichterbij te sluipen en zijn koopwaar te inspecteren: een voorverpakte éénmansmaaltijd en pintjes. Zie je wel dat James Bond kijken nuttig is! Ik moet cool en casual doen maar niet onopgemerkt blijven. Maar meneer staat zo aandachtig de ingrediëntenlijst van een zak chips te bestuderen dat mijn bestaan aan hem voorbijgaat.
In een wanhoopspoging doe ik alsof ik struikel over zijn mandje en gooi me op de grond. Mond op mond beademing krijg ik niet maar wel een betoverende blik. Samen rapen we de gesneuvelde boodschappen op. En ja hoor hij is vrouw-lief-vrij en eet niet slechts chips, hij heeft thuis verse soep staan. Soep die ik graag met hem nuttigen zou. Maar dan al ons eerste meningsverschil. Nee mooiste liefde, de bacon-tucs zijn echt niet lekkerder dan de zout-tucs…
Door: Daphné Verhelst
Mark de Maan-Man
Hij heeft een blauw petje op, een Hawaiibroek aan, een geel bord in zijn hand en op zijn T-shirt staat ‘ik ben Mark de Maan-Man’. Met een grote glimlach op zijn gezicht loopt hij over de Vrijdagmarkt, gratis en voor niks krijgt hij het zonnetje erbij. Vanaf het terras kijken we nieuwsgierig naar de man die met trots zijn boodschap verkondigt aan het Vrijdagmarktse publiek: ‘’Vrouwen aan de pil krijgen minder sex-appael en brengen mannen op de rand van een zenuw-inzinking door hun droge doos en hun dorre roos.’’ Hoe kan het ook anders dat hij voor ons tafeltje stil blijft staan.
Mijn vriend leest de tekst hardop en beaamt de boodschap. Hij lacht om zijn eigen gevatheid, ik lach schaapachtig met hem mee en tik snel de rosé achterover. ‘Bent u aan de pil, mevrouw?’ vraagt de man. Wat een vragen voor een vrijdagmiddag in september, denk ik. ‘Bent u aa
n de vrouw, meneer?’ vraag ik terug. Hij valt, heel verstandig, op mannen, maar er moet iemand zijn om mij te waarschuwen.
Mijn ouders schuiven ook aan. De babyboomers. Maar van booming was er weinig sprake, ik heb ze nog nooit in mijn leven dronken gezien en als er een seksscène op de televisie was dan moesten we toevallig allemaal naar de wc (behalve mijn broer, maar dat is weer een ander verhaal). De man richt zich nu ook tot de mensen die mij blijkbaar ooit verwekt hebben en leest voor uit zijn zelfgemaakte folder:
“Vrouwen die al tien jaar aan de pil zijn, hebben bijna geen orgasmes meer, noch door toedoen van een man, noch aan de hand van masturbatie. Door de pil hebben ze minder libido. Daardoor krijgen ze een droge kut en een dik gat. Het dik gat is niet het grote probleem…”etc etc. Ik bestel met haast nog een rosé. ‘Maak er daar twee van,’ zegt mijn moeder snel tegen de serveerster.
Na zijn betoog, wat natuurlijk totaal niet ongemakkelijk was, mogen we van hem een kleur uitkiezen om onze relaties te testen. Mijn ouders kiezen allebei geel (ze zijn het type ‘zelfde fiets, zelfde regenbroek, zelfde mening’ zo handig). Ik kies roze en mijn vriend, hoe dom, kiest hetzelfde. ‘U heeft een extreem natte doos en u bent een extreem geil wijf,’ zegt de man tegen mijn moeder. Ook mijn vader is met zijn sokken in zijn sandalen extreem geil, ik heb een medium natte doos en mijn vriend blijkt natuurlijk op mannen te vallen.
Nu lachen we alle vier schaapachtig. Ik kijk naar mijn ouders, hebben ze dan echt (nog) seks? Ik kijk naar mijn vriend en vind die over elkaar geslagen benen plotseling heel verdacht. De rosé wordt me teveel. Ik kijk naar de man, die net zijn betoog over ‘de maanlanding is bedrog en er zitten maar 360 dagen in een jaar’ wil beginnen. ‘Nee, nee, nee,’ roepen mijn ouders in koor. Om ons te beschermen zetten ze er een punt achter. Net als vroeger toen we nog samen op de bank televisie keken.
Terwijl het zonnetje ondergaat, lachen we hem na. Maar de man is niet dom. Hij wilde gewoon een praatje maken op een vrijdagmiddag in september, de mensen bewust maken van hun onwetendheid. De mensen noemen hem de stadsgek, maar hij weet wel beter. Hij is Mark de Maan-Man.
Op Wikipedia heeft hij o.a. dit over zichzelf geschreven: Mark Peeters wil anoniem blijven en gebruikt de veelvoorkomende achternaam als pseudoniem. Zo hoopt hij een eventuele aanslag of moordpoging van NASA te voorkomen. Je kunt Mark’s betogen lezen op markpeeters.skynetblogs.be. Aanrader!
Door: Emma Lesuis

Zomerblog: Doe Mij Maar Venetië?
Als onze volgende website DoeMijMaarVenetië zou heten, zou de gemiddelde leeftijd van onze lezers met 40 jaar stijgen en onze portemonnee op een haar na leeg zijn. De verschillen zijn onbeschrijflijk en toch ga ik er aan beginnen. Want Antwerpen is ’t Stad en Venetië heeft geen auto’s! Laat me beginnen met het ontkrachten van clichés.
Ten eerste: “Venetië stinkt”. Ik had me voorbereid op een onverdraaglijke stank in deze open riool met een rugzak vol Febrèze. Nou, niets van gemerkt. Geen geurtje aan de lucht. Helemaal netjes, die waterwegen.
Ten tweede: “San Marco: idyllisch plein vol toeristen en duiven”. Ik heb geen duif gezien. Toen ik er was: helemaal leeg. (voor de sceptici onder jullie: mail me voor bewijsfoto’s – bovendien: zo mooi is dat plein nu ook weer niet). Toeristen waren er wel. In grote getalen. Misschien dat ik daardoor die vliegende ratten niet kon zien.
Eventjes denk ik dat ik in Antwerpen ben wanneer een Italiaan kei luid in mijn oor schreeuwt met de vraag of ik wil eten. Ik had pas door dat ik niet bij ‘Da Giovanni’ zat, toen de pizza op tafel kwam en ik er van proefde. Daar kunnen die Italiaanse Antwerpenaren nog een puntje aan zuigen. Helaas aan de prijs ook.
De eerste avond gaan we wat drinken op Campo Santa Margherita. Wanneer we het plein oplopen, zien we een jongen, vastgeketend aan een hek, met de billen bloot en een sok over zijn piet, klaar om bekogeld te worden met allerlei viezigheid. Lonely Planet weet ons te vertellen dat dit de studentenbuurt is. Toch niet zo veel verschillen blijkbaar. De Ossenmarkt van Venetië dus, maar dan twintig graden warmer en zonder kebabzaken.
Terwijl je in Antwerpen dagen kan rondlopen en leuke plekken ontdekken, heb ik het gevoel dat ik na twee dagen Venetië de leukste winkels heb bezocht, de beste restaurants heb leeggegeten en met die idyllische smalle straatjes en antieke gevels heb ik het ook wel gehad. In Venetië struikel je bovendien, zonder ontkomen aan, over toeristen die in ijltempo snapshots nemen van een leven dat veel te snel voorbij gaat. Jongeren die niet verder kijken dan het schermpje van hun camera en senioren die wel op het schermpje moeten kijken omdat ze zo ver niet meer kunnen zien. Local life lijkt gelimiteerd tot het dienen van toeristen en studenten.
Hoe mooi en romantisch deze stad ook is, langer dan twee dagen houd ik het hier niet vol. De ideale daguitstap of tweedaagse, maar DoeMijMaarVenetië zou een website met weinig artikels worden als je het toeristische of studentikoze wil ontwijken.
Ik verlaat Venetië met een heerlijk gevoel, maar doe mij maar Antwerpen. Binnen enkele dagen Dubrovnik: Doe Mij Maar Vakantie!
Door: Neal Leemput
