Spreek Annelies niet aan op een maandagochtend. Beter ook niet op een andere ochtend van de week, want ze zal niet veel meer antwoorden dan ‘bwah of ‘kweet nie’.

Pas als het begint te schemeren beginnen de groene ogen van het nachtbeest weer te fonkelen, trekt ze haar kleedje en botjes aan en is ze er klaar voor.

Annelies weet waar je je ‘s avonds zo hard kan amuseren dat je met je verkeerde been in bed stapt.


Adres: Sint-Paulusplaats 24
2000 Antwerpen
Historisch Centrum
elke dag tot 01.00
Toon op kaart

Homey

In de winter kan je in café Homey gaan opwarmen met een verse gemberthee, maar dit café is toch vooral onze favoriet in de zomer. In tegenstelling tot de andere zonovergoten plekjes in Antwerpen, is er altijd plaats op het grote terras met bankjes en kussens. Na de inrichting van het terras was er duidelijk nog energie over, want bij Homey maken ze ook echt werk van elk drankje. Het zegt genoeg dat het personeel niet wilde dat we reclame maakten voor hun overheerlijke lassi’s en zelfgemaakte limonade en ice tea!

Homey is zo’n veelzijdig café dat het ideaal is om er al rond de middag te zitten “eentje is geentje” (de eeuwig schaterlachende serveerster kijkt er niet van op als je om 12 uur al begint te aperitieven) en dan “nog eentje om het af te leren” om vervolgens te blijven plakken tot ‘s nachts “lolooololooo!”. Als de hemel een café was, dan zou het café Homey zijn: rosétje, serranoham en de goddelijke lach van de serveerster…

Trouwens ook de ideale kans om eens een andere buurt te verkennen. Voor de cinefielen: naast Homey is er één van de weinig overgebleven videotheken. En voor wie na een cafébezoek nog geld en potentie over heeft: de rosse buurt is naast de deur!

Laat een bericht achter
Adres: Moorkensplein 37
2140 Antwerpen
Borgerhout
maandag gesloten
Toon op kaart

Mombasa

De eerste keer dat ik de Mombasa wilde binnengaan, kwam mijn vriendin meteen met opengesperde ogen naar buiten gerend en zei “we moeten hier weg”. Ik kon van haar lippen nog net het woord “ruuuuuuuun” aflezen, voordat ze in slowmotion de hoek om ging, alsof de stad achter haar aan het exploderen was. We hebben nu eenmaal de neiging om alles te willen begrijpen en die Antilliaanse avond konden we toch echt niet rijmen met de oervlaamse koersvlo aan de muur.

Maar alles verdient een tweede kans. We worden zelf ook niet graag veroordeeld omdat we toevallig die éne avond in onze broek plassend op de toog hebben staan dansen op ‘j’ aime la vie’ terwijl we een stukgeslagen bierglas in het oog van een toevallige passant staken en hysterisch jankten dat we onze mama misten…

We gingen dus terug en ontdekten dat Mombasa perfect in het rijtje van de Borgerhoutse topcafés past: volks, gezellig en ook wel best volks. Ideaal om je avond te beginnen of je vriend voor het scherm met sportwedstrijden te zetten, terwijl je zelf het bierheffen beoefent. Mombasa heeft ook een eigen wielerteam en een zaalvoetbalploeg… dat gaat wel erg ver.

Laat een bericht achter
Adres: Provinciestraat 112
2018 Antwerpen
Borgerhout
elke donderdag va 20u
Toon op kaart

Kievitsnest

Nog steeds het gevoel dat je jezelf moet bevrijden van het juk van eeuwenlange klerikale dominantie? Begeef je naar het Kievitsnest!

Het Kievitsnest is een oude kerk, die is overgenomen door buurtbewoners en omgebouwd tot buurtcafé. Er is heel wat herschapen: de biechtstoel dient nu om in te zondigen (neen, meneer pastoor, dat was vroeger NIET ook al de bedoeling!), het wijwatervat doet dienst als asbak, het licht komt niet meer van God maar gewoon van de gekleurde lampen en Maria zit vanuit haar glasraam te snakken naar een glaasje engelenpis. Halleluja! Bovendien is er een gezellige tuin, waarnaast die van Eden verbleekt. Wij zagen dat het goed was. (Enkel het rechttrekken van alle onrechtvaardigheid in de wereld zou het vervolmaken, maar perfectie bestaat niet.)

De kievit broedt er elke donderdag en elke week is er een gratis optreden. Je kan er ook zelf dingen organiseren en zo nu en dan is er een feestje, want God is een dj.

Laat een bericht achter

Lang Leve Lawaai

Ik zit thuis wat tegen mezelf te praten over koetjes en kalfjes. “Alleen positieve dingen”, zei de psycholoog. Maar niet te luid, want de buurjongen moet blokken voor zijn examen hoekanikiedereenintzakzettenmarketing en de andere buren hebben een demente moeder die al slaapt. Aan muziek spelen moet ik zelfs niet beginnen. Maar dat vind ik allemaal niet erg, want het is slechts stilte voor de storm. Straks kan ik naar optredens bij Donderbar. Mijn muziektherapeut meent dat muziek mijn enige redding is.

Ik kom aan bij Bar Nadar en krijg te horen dat Donderbar niet meer mag doorgaan wegens lawaaioverlast. Joke Schauvliege heeft een leuke trend gezet met haar geluidsmoord. Ik probeer een paniekaanval te onderdrukken. Kan ik voor optredens enkel terecht bij afgelegen plekken als Trix, Petrol of Scheld’apen, met de kans om een verkrachtingstrauma aan mijn dossier te kunnen toevoegen?

Dan maar op café. Daar begin ik op het terras te smirten met een oudere man, zodat ik morgen tegen de psycholoog nog eens over mijn Elektracomplex kan zeuren. We beginnen te kussen, maar dan duikt een agent op die ons verzoekt om iets minder smakkende geluiden te maken. Moet ik mij vanaf nu beperken tot lichaamstaal om te communiceren? Of moet ik afzakken naar één of andere drugsdisco om me eens te kunnen laten gaan? Dat is pas echt geen goed plan voor iemand in mijn toestand.

Als aliens ons zouden observeren (en enige kennis over veeteelt hebben), dan zouden ze denken dat de politie herders zijn die aan het oefenen zijn om hun schapen in en uit de omheining te drijven. Eerst wordt iedereen uit de cafés gejaagd, met de stok der rokersboetes. Even later klagen er mensen – die er nota bene zelf voor gekozen hebben om in het stadscentrum te gaan wonen – over teveel lawaai. Daarop komen diezelfde agenten weer langs om iedereen naar binnen te drijven. De politie is je wispelturigste herder. Maar mensen zijn geen schapen, schapen vind je enkel op het platteland. Antwerpen daarentegen is een grootstad en daar horen nachtelijke geluiden bij.

Wanneer ik in een manische bui op antwerpen.be doorklik naar toerisme, uitgaan, nightlife en centrum, staat er enkel “Zeker eens binnenspringen in Café Capital middenin het stadspark”. Is dit een vorm van wel erg zwarte humor? Het gebouw van Café Capital werd eind 2010 gecremeerd, net als Donderbar is vermoord en elk geluid in de kiem wordt gesmoord. Echt veel toeristen gaan we niet lokken naar de begraafplaats. Mensen komen niet voor een doodse stad, mensen komen voor leven. Een centrum hoort te bruisen en als je niet van bruis houdt, bestel dan platteland.

Door: Annelies

Laat een bericht achter
Adres: Ernest-Van-Dijckkaai 19
2000 Antwerpen
Sint Andries
open: do-za 19.00-05.00
Toon op kaart

Bar Nadar

“Nadars of dranghekken worden gebruikt om bij grote evenementen grote aantallen mensen te dirigeren naar gewenste plaatsen”. Ironische naam, want dranghekken zullen er niet meteen nodig zijn in deze kleine, maar fijne bar aan de Schelde.

Van donderdag tot zaterdag zijn hier optredens van beginnende bandjes. Vallen die tegen, dan moet je toch zeker blijven voor het feestje achteraf. Als Bobbejaan Schoepen nog leefde, had hij zijn songtekst moeten aanpassen naar “zie ik de discolichtjes van de Schelde, dan gaat mijn hart wat sneller slaan…”. Gedaan met muurbloempjes, gedaan met toekijkende oude mannen die zelf niet dansen: als je in het kleine dansgedeelte belandt, geraak je niet snel meer weg en moét je wel bewegen. Tenzij je wilt eindigen als Mufasa in the Lion King…

Tip: fixeer je op een prooi, want als je naar de muren kijkt, kan je wel eens heel duizelig worden door de discobal!

Laat een bericht achter
Adres: Kloosterstraat 90
2000 Antwerpen
Sint Andries
Toon op kaart

Conceptstore YOUR

Leuke boeken en spullen en mooie merken als Sessun, Diesel, American vintage en zelfs Vivienne Westwood. Echt de moeite, alleen moet het personeel leren om enkel verkoper te zijn in de plaats van ober, gids of stalker.

Echt gebeurd: terwijl je rustig naar de kleren aan het kijken bent, komt een verkoper je lastigvallen met de vraag of je cava wil “of anders koffie???” alsof je drie handen hebt. Even later neem je een jas vast en krijg je het gevoel dat je per ongeluk in een museum bent binnengewandeld door de uitleg van de verkoper “dit model is gebaseerd op ruitersjasjes uit de jaren 1890, de achterkant is uitermate geschikt om mee te paardrijden…”. Je weet niet hoe je moet reageren, dus kijk je verder en even later duikt plots naast je nog een verkoper op, alsof het een exhibitionist is die uit het struikgewas springt “dit is echte kasjmier” je schrikt je rot.

Je hebt het gevoel dat je op enkele minuten tijd op café bent gegaan, naar het museum bent geweest en aangerand bent. Een grappige ervaring, maar dan had je toch liever gewoon rustig iets gekocht.

Laat een bericht achter

Het rechte pad

Ik sta op. Ik heb zoals elke dag 45 minuten om me klaar te maken. Dat betekent 15 minuten ontbijten, 15 minuten in de badkamer en 15 minuten om me aan te kleden. Mijn kleren liggen al klaar, inclusief regenbroek en regenjas, want zoals voorspeld gaat het vandaag regenen. Ik bekijk de krant, maar ik wist al op voorhand dat er op de voorpagina iets over de beurs zou staan. Ik zou soms eens verrast willen worden door een tsunami die mij weer heel even het gevoel geeft dat ik leef in plaats van enkel in een voorspelbaar patroon mee te draaien. Maar ik woon niet aan zee.

Ik fiets naar de bakker en weet exact wanneer de lichten op groen gaan springen. Ik verwacht dat onderweg heel wat pseudo-medici mijn pad zullen kruisen: de CaraPils drinkende stadsgek gaat beweren dat ik syfilis heb, de Marokkaan gaat me erop wijzen dat ik een besmettelijke slet ben, de Jood gaat mij gaat behandelen als een melaatse en de dealer gaat voorstellen om mij helemaal te genezen met een pilletje. Ik ga de bakker binnen, koop een brood en probeer snel weer weg te geraken, voordat de bakkerin de kans krijgt haar dagelijks identieke “goeiendag welbedankt” uit te brengen.

Op weg naar het station besluit ik een andere weg te nemen, in de hoop te verdwalen. Ik sluit mijn ogen tot ik uiteindelijk tegen een verkeersbord knal en op de grond val. En dan gebeurt het ondenkbare: iemand komt op mij toegesneld, niet om mij te bestelen, maar om mij te helpen! Dit had ik nooit kunnen voorspellen of ook maar durven vermoeden. Wat gaat er nog wel niet allemaal gebeuren! Straks gaat mijn ex nog zeggen dat hij me terugwil en dat dat van die “saaie frigide rat” maar bij wijze van spreken was. Echt alles is nu mogelijk.

Door het dolle heen kom ik aan op het perron. En ik zie meteen op het scherm dat mijn trein tien minuten vertraging heeft. Dan toch geen verrassingen meer.

Door: Annelies

Laat een bericht achter

‘t Stad

Ik ben opgegroeid aan een bosrand en woon nu sinds een jaar in de stad.

Op het eerste gezicht een positieve zaak. Neem nu een kledingwinkel: als er geen commerciële beweegredenen achter zouden zitten, zou het de ideale miniatuurwereld zijn. Winkeliers begroeten je alsof het je beste vrienden zijn die blij zijn je terug te zien en ze vragen oprecht of er iets is waarmee ze kunnen helpen. Alleen vragen ze het zo vaak dat het iets engs krijgt.

Ik ga een winkel binnen om een broek terug te brengen die ze mij de vorige keer hebben aangesmeerd en wil mijn geld terug. Dus ik stap naar de kassa met mijn meest joviale blik – die er misschien wat verdacht uitziet – en nog voordat ik iets kan zeggen zegt de kassierster: “Nee sorry. Dat mogen wij echt niet doen. Nee sorry, nee, nee. Ik zég sorry, maar eigenlijk kan het mij niet schelen, want voor mij doet er ook nooit iemand wat. En met mogen bedoel ik eigenlijk willen, want ik wil niet nog meer over mij heen laten lopen. En ik zeg wel ‘wij’, maar eigenlijk voel ik mij hier niet opgenomen in een groep, want als ik geen naamplaatje had, zou niemand mijn naam kennen. Nee sorry, dat mogen wij echt niet doen. Nee sorry, nee, nee en ik blijf dezelfde zin herhalen met dezelfde intonatie, omdat ik niet meer eigenwaarde en empathie heb dan een bandopnemer.” Echte vrienden. Als het erop aankomt doen ze niets voor je.

Als ik uit de winkel kom kan ik maar één richting uit, mee met de betoging, die schreeuwt om verschillende compartimenten in de bus: meer privacy, minder bacteriën. Met slogans als “De lijn. Alleen zijn is fijn”. Aan de overkant van de straat trekt een oud koppel mijn aandacht. Eerst denk ik dat één van hen zich pijn heeft gedaan in de massa, maar dan zie ik dat ze op elkaar overgeven. Want praten had geen zin meer.

Enkele meters verder zie ik mensen kruipend over straat, hard op zoek naar iets. Ik vraag wat ze hebben laten vallen en één van hen antwoordt: “We zijn onze onschuld kwijt!“. Een schaars geklede jongen komt in paniek op mij afgestormd en vraagt mij om één van zijn twee handen te kiezen. Ik zeg ‘links’ en hij roept opgelucht: “Hetero!” en huppelt vrolijk weg.

Opeens leer ik iemand kennen waarvan ik hou. We hebben het leuk samen. Hij zegt dingen als: “Ik blijf altijd bij je” en dan liggen we in een deuk. “Volgens mij zijn wij verliefd,” zegt hij opeens en ik antwoord lachend dat we elkaar toch helemaal niet kennen en hij: “Net daarom”. Dan raak ik hem kwijt.

Even verderop kan ik ontsnappen aan de hysterie en zie ik een overijverige Oxfamverkoper die aan zijn outfit te zien duidelijk gelooft in het concept ‘slechte reclame is ook reclame’. Een vrouw snoert hem de mond en zegt “Neen ik wil niks kopen, ik stort al op het fonds voor de vrijheid van consumptie”, waarna ze hem achterlaat met een blik die blijk geeft van trots om haar gevatte uitspraak. Een moment later struikelt ze, waarbij de neus van haar schoen beschadigd raakt. Ze zal zich graag laten helpen door de verkoper/vriend in de eerstvolgende winkel.

Uit medelijden met de verbijsterde Oxfamverkoper, of misschien eerder omdat ik ergens toch schoonheid weet te ontwaren achter dat lelijke oranje hesje – alhoewel -, verbind ik mij aan een maandelijkse storting. Ook al geef ik niet om wereldproblemen. Ik zou het wel willen, maar ik kan er niet om geven. Ik voel het niet.

Zo moeten alle jongens waarmee ik een relatie heb gehad zich gevoeld hebben. Het wel heel graag willen. Om achteraf die angstaanjagende telefoontjes niet te hoeven krijgen en de vragen waarop ze geen antwoord kunnen geven. “Sjoeke, waaromvragen zijn voor kleuters”, zeggen ze dan. Ze willen het dus wel, maar voelen niets. Zo is dat bij mij met wereldproblemen.

Van al dat praten over Afrika krijg ik honger. Ik ga de supermarkt binnen en kom in de groente- en fruitrayon terecht. Er bekruipt mij een benauwd gevoel, alsof ik in het seksmuseum in Amsterdam in het hok met pornoplaatjes van ezels met spuitende vrouwen ben geduwd. Overal zie ik fallussen: groen, geel, oranje en zelfs gebroken wit.

En zelfs hier krijg ik het gevoel alsof er allerlei dingen van mij worden verwacht. Ben ik wel nat genoeg? Moet ik nu kreunen? Nu? Kan er iemand alsjeblieft het licht dimmen? Is dit nu niet té nat? Sorry maar dit is nu toch echt wel overdreven nat? Mag de muziek luider? Wat gebeurt er eigenlijk als ik niet klaarkom?Daarom verkoopt junkfood zo goed. Een bakje troep roept geen vragen op.

Zonder iets gekocht te hebben, besluit ik de rust op te zoeken van het historisch museum aan de overkant van de straat. Ik schrijd langs vitrinekasten vol gebruiksvoorwerpen, waarvan de herkomst of het nut niet meer bekend zijn. Een telefoon met een draad eraan, enkele gouden trouwringen, de gulden regel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, nog enkele bestofte principes en een verroest geweten.

Op het einde van de hal is de meest recente aanwinst van het museum te bezichtigen. Een dertigtal mensen verdringt zich gefascineerd rond de vitrine. Daar prijkt het pronkstuk aan de muur, verhangen, met afbladderende verf: DE TEVREDEN MENS.

Ik ga weer naar huis. Vroeger was ik heel gefrustreerd om het feit dat alles gesloten is op zondag, maar nu ken ik het voordeel. Zeven dagen per week kan een mens de stad niet aan.

Door: Annelies 


Laat een bericht achter

Doe mij maar een dansje

Dansen in Antwerpen. We moeten toegeven dat dat vaak kiezen is tussen cholera en de pest.

Als je van discotheken houdt is er een groot aanbod (café d’ Anvers, café local, noxx, club industria, eilandje,…). En anders kan je naar plekken waar de gemiddelde leeftijd iets lager ligt, maar we hebben nog nooit iemand horen klagen over een groen blaadje!

Scheld’apen is een fijne, gezellige plek met jeugdhuisallures (graffiti in de wc, meerdere biersoorten,…) en vaak vette hip-hop feestjes. Check voor optredens en kunstprojecten: www.scheldapen.be

Kavka is een zaal waar je soms bang bent dat opeens het avondlied van de scouts gaat worden gedraaid en je als enige niet mee kunt gaan in het enthousiasme. Maar wel een fijne ruimte (inclusief rookruimte die iets weg heeft van de koelruimte van de Colruyt, maar dan minder gezond) en vaak goede muziek. Hier wordt tenminste niemand agressief als je bier morst – want die scoutstypes waren toch al niet gewassen – en komen de dealers niet op je af als vliegen op een lijk.

Petrol Ergens op een industrieterrein in ‘t Zuid vind je de club met dance muziek op z’n Hollands of billen schuddend op z’n Jamaicaans. Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg gaat hier niet op, want hier worden veel snoepjes gegeten. Goed om los te gaan en door het stukje fietsen kan je je nieuwe fietspartner eens beter leren kennen voordat je thuis bent.

We houden jullie via twitter op de hoogte van feestjes op andere locaties die de moeite zijn (bijvoorbeeld in de pekfabrik, de repetitieruimte van dEUS). Dus klik rechts op de Follow us button.

Laat een bericht achter